Boeken groep 3-4

Hieronder ziet u boeken die geschikt zijn voor de kinderen van groep 3-4, om zelf te lezen of om voor te lezen. Kom regelmatig terug bij deze pagina: er komen vaak nieuwe boeken bij!

 


“Haas kent een mop”

Geschreven door Annemarie Bon en Gertie Jaquet
Kip voelt zich niet lekker. Om Kip op te vrolijken brengt Haas haar een mooie roos. Die vindt Kip erg mooi, maar ze heeft nog steeds buikpijn. Dan vertelt Haas een mop. Als Kip moet lachen, gaat de buikpijn vast wel weg, denkt Haas. Kip moet heel hard lachen, maar… ze voelt zich nog steeds niet lekker. Wat is er toch met haar aan de hand? En hoe kan Haas haar helpen? Kinderen van groep 4 kunnen dit boek zelf lezen.

 

 


“Dolfje Weerwolfje”

Geschreven door Paul van Loon
Als Dolfje wakker wordt, is het donker. De maan schijnt in zijn kamer. Het is een bijzondere nacht. Zeven, denkt Dolfje. Eindelijk ben ik zeven jaar. Dan schrikt hij zich rot. Hij ziet opeens overal haar. Zijn handen en voeten zijn poten gworden. En hij heeft een staart. Dan komt Timmie binnen. “Ik wil dit niet,” gromt Dolfje. “Misschien gaat het vanzelf wel over,” zegt Timmie. “Ja jij hebt makkelijk praten,” gromt Dolfje. “En als het niet overgaat? Wat dan?”

 

 

 

“Ridder Roest”
Geschreven door Daniëlle Schothorst
Hihaaa! Op zijn paard Zoef sjeest Roel over het plein. Hij doet alsof hij een ridder is. Rap en Ruig lachen hem uit. Zij zijn echte ridders. Ridder Roest! noemen ze Roel. Dan komt de rode draak eraan. Rap en Ruig moeten hem verslaan. Maar kunnen ze dat wel? Of moet ridder Roest erop af?

 

 

 

De zon eet ijs“De zon eet ijs”
Geschreven door Bette Westera
Dit boek zit vol met versjes: zinnen die op elkaar rijmen, die kinderen van eind groep 3 al zelf kunnen lezen.

 

 

 

 

Geef hier die bal“Geef hier die bal”
Geschreven door John van Aalst
Carlo en Rik zijn aan het voetballen.
Ze spelen met Kiki en Roel.
Opeens komen er drie jongens aan. De grootste jongen wijst naar de bal.
“Is die bal van jullie?” “Ja, die is van mij,” zegt Roel kwaad.
De jongen lacht gemeen.
“Weet je dat wel zeker?
Geeft die bal maar aan mij!”